De Angraecum compactum is een charmante miniatuursoort uit Madagaskar met een opvallend compacte groeiwijze en elegante, stervormige bloemen. Ondanks haar kleine formaat is deze soort allesbehalve onopvallend: het contrast tussen de stevige, grijsgroene bladeren en de zuiver witte bloemen met lange spoor maakt deze plant geliefd bij kenners van Madagaskische orchideeën. Perfect voor kweek in een kast, terrarium of op montage. Oorsprong Angraecum compactum is een botanische soort die endemisch is op Madagaskar, waar ze groeit in montane bossen op hoogtes tussen 800 en 1500 meter. Ze groeit daar als epifyt op takken of boomstammen, vaak in lichte schaduw en in een luchtvochtige omgeving met frisse nachten. Deze soort komt uit dezelfde ecologische zone als o.a. Angraecum didieri en Aerangis fastuosa. Kenmerken Deze soort groeit zeer compact en vormt korte, opstaande stengels met stevige, leerachtige bladeren die dakpansgewijs geplaatst zijn. De bladeren zijn grijsgroen tot blauwgroen en mat van kleur.De bloeiwijze komt uit de oksels en draagt meestal één (soms twee) witte bloemen tegelijk. De bloem is stervormig, wasachtig en voorzien van een opvallend lange, slanke spoor. Hoewel klein, zijn de bloemen in verhouding tot de plant relatief groot. De bloei vindt meestal plaats in het koelere seizoen. Verzorging Licht Helder, indirect licht. Een plek met gefilterd zonlicht of onder groeilicht is ideaal. Te weinig licht belemmert bloei. Temperatuur Overdag 18–24 °C, ‘s nachts 12–16 °C. Deze soort verlangt naar een duidelijk temperatuurverschil tussen dag en nacht en houdt van een koel tot gematigd klimaat. Substraat Luchtig en goed drainerend. Geschikt voor fijne schors gemengd met een beetje sphagnum, of voor montage op kurk met mos. De wortels houden van luchtigheid. Luchtvochtigheid 70–90%. Hoge luchtvochtigheid is essentieel, vooral bij montage. Zorg voor voldoende luchtcirculatie om schimmelvorming te voorkomen. Voeding Tijdens het groeiseizoen (lente tot herfst) eens per 2–3 weken licht bemesten met verdunde orchideeënmest. In de winter minder of niet voeden. Water geven Gebruik gedemineraliseerd water of regenwater. Houd het substraat licht vochtig maar luchtig. Laat het tussen gietbeurten kort opdrogen. Bij montage regelmatig nevelen. Bloei De bloei verschijnt vaak in de winter of vroege lente. De bloemen blijven 1 tot 2 weken goed en zijn licht geurend in de avond. Verwijder uitgebloeide stengels pas als ze volledig zijn opgedroogd.