De Bulbophyllum barbigerum is een zeldzame en opvallende soort binnen het omvangrijke geslacht Bulbophyllum. Deze Afrikaanse orchidee trekt onmiddellijk de aandacht met haar unieke bloemen, die voorzien zijn van een lange, harige lip. Een echte eyecatcher voor de liefhebber van buitengewone orchideeën. Oorsprong Bulbophyllum barbigerum komt van nature voor in West- en Centraal-Afrika, waaronder in landen als Sierra Leone, Liberia, Kameroen, Gabon en de Democratische Republiek Congo. Daar groeit de soort als epifyt in vochtige, tropische bossen op hoogtes van 500 tot ongeveer 2500 meter, meestal op boomstammen bedekt met mos of in boomkruinen waar luchtcirculatie en luchtvochtigheid hoog zijn. Kenmerken Deze soort ontwikkelt zich compact, met kleine pseudobulben die elk één leerachtig, ovaal blad dragen. De bloeiwijze is werkelijk uniek: uit een slanke bloeisteel ontspringt een enkele bloem met een diep donkerpaarse tot roodbruine kleur, waarvan vooral de lange, harige bloemlip opvalt. Deze lip beweegt bij de minste luchtstroom, wat waarschijnlijk helpt bij de natuurlijke bestuiving. De bloem heeft een enigszins muskusachtige geur die door sommige verzamelaars als intrigerend wordt ervaren. Verzorging Licht Zet de plant op een plek met helder, indirect licht. Te veel zonlicht kan de bladeren beschadigen. In een vitrine of bij een oost- of noordraam voelt de plant zich doorgaans het best. Temperatuur Deze soort gedijt goed bij warme temperaturen tussen de 20 en 28 °C overdag, met een nachtdaling tot ongeveer 16–18 °C. Vermijd koude luchtstromen of plotselinge temperatuurschommelingen. Substraat Gebruik een luchtig, fijn substraat zoals fijn dennen- of boomschors gemengd met sphagnummos. Ook op een gemonteerd blok met sphagnum doet deze soort het goed, mits de luchtvochtigheid voldoende hoog is. Luchtvochtigheid Een hoge luchtvochtigheid is essentieel: 70% of meer is aanbevolen. Dit kan worden bereikt met een luchtbevochtiger, terrarium, of door dagelijks te benevelen, afhankelijk van de omgeving. Voeding Tijdens de groeiperiode (lente tot herfst) wekelijks licht bemesten met een verdunde orchideeënmest (bijvoorbeeld 1/4 van de aanbevolen dosis). Spoel het substraat regelmatig door om zoutophoping te voorkomen. Water geven Geef regelmatig kleine hoeveelheden gedemineraliseerd water. Houd het substraat vochtig maar niet drassig. Laat het oppervlak tussen gietbeurten licht opdrogen. In de winter mag de plant iets droger staan. Kraanwater is niet goed voor deze soort. Bloei De bloeiperiode varieert, maar valt vaak in het voorjaar of de zomer. De bloem verschijnt afzonderlijk op een lange, dunne steel. Na de bloei sterft de steel af en kan deze worden verwijderd. De bloem is kortlevend, maar indrukwekkend en bijna surrealistisch qua uiterlijk.