De Dendrobium lindleyii is een opvallende epifytische orchidee die in het voorjaar schittert met trossen diepgele bloemen. Deze soort is geliefd om haar compacte groei, sierlijke bloeiwijze en de relatief eenvoudige verzorging voor wie haar natuurlijke behoeften respecteert. Oorsprong Dendrobium lindleyii komt van nature voor in Zuidoost-Azië, met name in bergachtige gebieden van Thailand, Laos en het noorden van India. Ze groeit daar als epifyt op boomstammen, waar ze profiteert van veel licht, goede luchtcirculatie en uitgesproken seizoensverschillen tussen natte en droge periodes. Kenmerken Deze soort vormt korte, ovale tot cilindrische pseudobulben met één of twee leerachtige bladeren aan de top. In het voorjaar produceert ze indrukwekkende bloemtrossen die ontstaan aan de zijkant van oudere pseudobulben. De bloemen zijn intens geel met een donkerder lip en verspreiden een subtiele, aangename geur. De bloei duurt doorgaans enkele weken, maar kan bij optimale verzorging jaarlijks terugkeren. Verzorging Licht Dendrobium lindleyii houdt van veel helder, indirect licht. Een plek bij een oost- of westraam is ideaal. Te weinig licht vermindert de kans op bloei. In de winter kan extra belichting nodig zijn om de daglengte kunstmatig te verlengen. Temperatuur Overdag gedijt deze soort goed bij temperaturen tussen 20 en 28 °C. ’s Nachts mag het flink afkoelen, bij voorkeur tot 12 à 15 °C. Een duidelijk temperatuurverschil tussen dag en nacht stimuleert de bloei. Substraat Gebruik een luchtig substraat op basis van grove schors. Omdat het een epifyt is, kan deze soort ook op een kurkschijf of tak gemonteerd worden, zolang de wortels goed kunnen drogen tussen gietbeurten door, maar de wortels wel regelmatig worden beneveld. Luchtvochtigheid Een luchtvochtigheid van 50 tot 70% is ideaal. In de winter, wanneer de lucht vaak droger is, kan een luchtbevochtiger of schaaltje water bij de plant helpen. Voeding Gebruik een uitgebalanceerde orchideeënvoeding in de groeiperiode (lente en zomer), verdund tot een kwart van de aanbevolen dosering. In de rustperiode (herfst en winter) niet voeden. Water geven Tijdens de groeiperiode wekelijks royaal water geven met gedemineraliseerd water of regenwater, maar zorg ervoor dat het substraat tussendoor goed opdroogt. In de wintermaanden mag de plant enkele weken bijna droog staan om de natuurlijke rustperiode na te bootsen. Bloei De bloei vindt meestal plaats in het vroege voorjaar, vaak na een droge, koelere rustperiode. De bloemen verschijnen uit de bladloze pseudobulben van het voorgaande seizoen. Na de bloei kunnen de bloemstelen worden verwijderd.