Wetenschappelijke naam: Deze dieren zijn in 1950 voor de eerste maal beschreven door Holthuis onder de naam Macrobrachium palaemonoides. In februari 2010 zijn ze herbeschreven door Wowor & Ng en in een eigen genus geplaatst. Etymologie: De geslachtsnaam Tenuipedium is afgeleid van de Latijnse woorden tenuis voor dun en pedis voor te voet, verwijzend naar de dunne en slanke looppoten. In de handel en inmiddels ook in de hobby worden ze Caridina goldspot, Gold spotted shrimp, maar meestal gewoonweg Goldspot genoemd. Uiterlijk: Ze hebben in verhouding erg lange en dunne poten, en kleine schaartjes. Het lichaam is doorzichtig met enkele opvallende gouden punten op de rug en langs de randen van het lichaam.Herkomst/Verspreiding: Deze dieren worden in dezelfde gebieden als Caridina thambipillaii gevonden in Maleisië en Indonesië (o.a. Simeulue eiland (Pulau Simeulue - Indonesië), Sumatra). Ze leven in langzaam stromende beken in de monding van rivieren en mangrovemoerassen. Bijzonderheden: Deze soort is erg nieuwsgierig, en zwemt vaak groepsgewijs waarbij ze door het water lijken te zweven. Ook worden bewegingen buiten de bak gevolgd, en zwemmen de diertjes mee. Deze soort is een rustig en vredelievend groepsdier. Leeftijd: Ze worden maximaal ongeveer 1 jaar, maar bij hogere temperaturen wordt de leeftijd aanmerkelijk korter. Grootte: 4-6 cm. Anders dan bij Macrobrachium soorten zijn de volwassen vrouwtjes groter als de mannetjes. Bakgrootte: Minimale inhoud van 30 liter, maar omdat ze graag zwemmen is een grotere bak aan te bevelen. Bakinrichting: Ze hebben graag een bak met relatief weinig stroming en wel veel zwemruimte. Verder een normale inrichting voor garnalen en kleine vissen. Medebewoners: Kleine garnalensoorten, grotere slakken, kleine rustige vissoorten (geen barbelen en cichlides), geen kreeften soorten(!). Filter: Liefst een sponsfilter, maar andere filters voldoen ook. Waterkwaliteit: Temperatuur: 22 - 30°C Hardheid: - Geleidbaarheid: - pH: 6,5 tot 8,5 Voedsel: Geef ze regelmatig voer (normaal garnalenvoer, liefst tot kleine stukjes of stof vernalen). Het beste is meerdere keren per dag voeren. Houdt ze in een al langer draaiend aquarium, dan heb je lang plezier van deze juweeltjes. Deze dieren hebben ook dierlijk voedsel nodig! Bijvoorbeeld kleine slakjes worden gegeten. Ook zullen ze jagen op kleine watervlooien en cyclops. Geslachtsonderscheid: De vrouwtjes zijn wat voller, robuuster en groter als de mannetjes. Het beste zijn ze te herkennen aan de eitjes en/of de vaak lichte eivlek. Voortplanting/kweek: Er is nog geen geslaagde kweekpoging, maar verschillende hobbyisten zijn druk bezig om deze soort te kweken. In ieder geval is brak water nodig. De vrouwtjes dragen tot honderden eitjes van 0.7 × 0.5 mm. Na 3 weken komen de eitjes uit.