Een verloopring draai je in een aansluiting met binnendraad. Aan de buitenzijde heeft hij de grote draadmaat, aan de binnenzijde de kleine, waarmee hij een onderdeel met een kleinere buitendraad opneemt. Het verschil met een verloopnippel is de bouwlengte: een ring blijft vrijwel vlak, een nippel steekt uit. Dat maakt een ring de betere keuze op krappe plekken, bijvoorbeeld in een verdeler waar meerdere aansluitingen dicht bij elkaar zitten. Vijf uitvoeringen dekken het bereik van 1/2 tot 2 inch. Waarvoor gebruik je hem Verkleinen van een aansluiting op een verdeler. Aansluiting van een kleiner onderdeel zonder bouwlengte toe te voegen. Aanpassing van een aansluiting in een krappe ruimte. Overgang naar een dunnere aftakking. Specificaties in het kort Materiaal messing. Buitendraad aan de grote zijde, binnendraad aan de kleine. Vijf uitvoeringen, van 1/2 x 1/4 tot 2 x 1 inch. Vlakke uitvoering met minimale bouwlengte. Praktisch advies Draai de ring in met een passende inbus- of steeksleutel, veel uitvoeringen hebben geen zeskant buiten. Breng afdichtmiddel aan op de buitendraad van de ring. Draai niet te ver door, een conische draad wigt zichzelf vast in het tegenstuk. Een ring verkleint de doorlaat, gebruik er niet meer dan nodig. Twijfel je tussen een ring en een nippel? Heb je bouwlengte over, neem dan een nippel. Zit het krap, dan is de ring de oplossing.